
Historie van de Zilveren Kloot (2)
AlgemeenZondag 3 september trekken de klootschieters van Zuid-Twente en Noord-Twente weer naar de Haarlerheidebaan bij Reutum om de legendarische strijd om de Zilveren Kloot weer aan te gaan. Een sportieve krachtmeting met een rijke en roemruchte geschiedenis; het ging er niet altijd even gezellig aan toe. In de aanloop naar de wedstrijd brengen wij deze driedelige serie over de historie van de Zilveren Kloot. Dit is deel 2.
TWENTE - Op 4 juni 1929 wordt, dan voor het eerst in de zomer, de derde wedstrijd gehouden op de Haarlerheide. Dit onder toezicht van een aantal onpartijdige scheidsrechters. Een enorme publieke belangstelling, en hier wordt de Zilveren Kloot zinnebeeld van de herleving van de klootschietsport in Twente. Zuid moest opnieuw in Noord zijn meerdere erkennen. In 1928 werd de wedstrijd vanwege het slechte weer afgelast, en G. Mensink mag een jaar lang de Zilveren Kloot bewaren.
Weer onvrede
Wanneer in 1929 Noord opnieuw wint ontstaat er onvrede, de animo voor het klootschieten neemt dan af en men heeft meer en meer aandacht voor het voetballen. In 1930 laat Zuid het grotendeels afweten bij de voorbesprekingen. Het slingeren was opnieuw onderwerp van gesprek en de eis van Zuid was dat de kloot een omvang van 20 cm moest hebben en een zwaarte van 200 gram. Noord eiste dat de kloot een omvang van 18 cm moest hebben. Men kwam er toen niet uit, maar de wedstrijd werd wel gespeeld - echter zonder de klootschieters van Zuid. In 1930 kwamen de klootscheeters van Vasse in het bezit van de Zilveren Kloot. Vooral door toedoen van Booyink, Veelers en Kroezewever. In de jaren 1932 tot 1937 winnen Fleringen, Tubbergen en Reutum. De Leeuwen van Reutum voelden zich heer en meester en veuropscheeter H. Ikink mocht dus een aantal jaren de Zilveren Kloot bewaren.
Wel of niet wisseltrofee?
Wanneer in de Twentsche Courant (1933) een bericht verschijnt waarin wordt genoemd dat ‘die wie driemaal de Zilveren Kloot achtereen wint, de eigenaar wordt van de Zilveren Kloot’, is er opnieuw herrie in klootschietersland. Reutum beschouwd zich dan als de eigenaar en ondanks dat Van Deinse zich er mee bemoeide, blijft de Zilveren Kloot in de buurtschap Noordik in huize Ikink. Dan breekt de oorlog uit en zijn er andere zorgen.
Hernieuwde interesse
Na de oorlog wordt er door prominente figuren als Johan Zwaferink, en bakker Hollink van Zuid en G. Luttikhuis van Noord gewerkt aan een hernieuwde interesse in het klootschieten. De Zilveren Kloot moet dan opnieuw worden ingezet als trofee, maar alle pogingen om deze terug te krijgen mislukken. Wanneer G.J.J. Luttikhuis, eigenaar van de baan op de Haarlerheide, tevergeefs aanklopt in Reutum, laat hij in 1947 een replica maken van de Zilveren Kloot. Hij verwoorde zijn bedoelingen met de tekst:
Nen flinken schot oet fiksen hand, loat soezen den kloot in ‘t Twenteland
Noord en Zuid vonden elkaar en herstel van de traditie viel bij beide partijen in goede aarde. In 1947 werd voor het eerst na de oorlog weer de strijd gevoerd en wel nu om de replica van de Zilveren Kloot. Op 20 september 1947 werd de nieuwe Zilveren Kloot aan de vertegenwoordigers van Noord en Zuid overhandigd. G.J.J. Luttikhuis maakte daarbij bekend dat de wedstrijd om de Zilveren Kloot jaarlijks op zijn Haarlerheidebaan in Reutum moest gaan plaatsvinden en dat deze Zilveren Kloot een wisseltrofee was.
Volgende winnaars
Niet alleen in 1947 maar ook in 1948 en 1949 wordt de Zilveren Kloot gewonnen door Noord. In 1950 wordt Zuid de winnaar Opnieuw laait de discussie op over de omvang en gewicht van de kloot waar mee mag worden geworpen. Het resultaat is dat er in 1951, 1952 en 1953 geen wedstrijd hebben plaatsgevonden. Wanneer op 28 april 1954 de afspraak wordt gemaakt in café Luttikhuis in Reutum, bereikt men overeenstemming over de omvang en het gewicht van de kloot waar mee geschoten mag worden. In mei wordt dan opnieuw een wedstrijd tussen Noord en Zuid gehouden. Noord is dan de winnaar met als veuropscheeter Everlo uit Tubbergen, en met een fabelachtig schot weet Kresters-Jan uit Reutum de 35 meter voorsprong te behouden op Zuid. In 1955 is er opnieuw onenigheid over de omvang en het gewicht van de kloot. In 1956 wint Zuid de Zilveren Kloot. In 1957 gaat de wedstrijd vanwege het slechte weer niet door. Er volgt in 1958 een zeer sportief treffen op de Haarler heidebaan en Zuid weet zich winnaar van de Zilveren Kloot. Het blijft dan steeds rommelen in klootschietersland en In 1961 is de veuropscheeter G.Kempers uit Mander die de Zilveren Kloot in ontvangst mag nemen.















