
De geschiedenis van de Zilveren Kloot (2)
AlgemeenTWENTE - Na 101 jaar spreekt de Zilveren Kloot nog steeds tot de verbeelding. Afgelopen week las u deel 1 van deze serie over de geschiedenis van de Zilveren Kloot. Over de oprichting en de eerste gespeelde wedstrijd in 1919. Een deel gemist? Lees deze terug op www.hartvannoordoosttwente.nl. Dit is deel 2 in deze reeks.
Er werd afgesproken om de wedstrijd tot een jaarlijks terugkerend gebeuren te maken. En zo geschiedde: op 13 maart 1920 werd deze tweede wedstrijd uitgevochten, maar nu op Twentse grond en wel op het Fleringerveld. Daarbij kwam men overeen, dat de zogeheten slingerslag niet zou worden toegestaan. Toen tijdens deze wedstrijd tóch geslingerd werd, ontstond er onenigheid en deze liep vervolgens zo hoog op dat eerder genoemde Mensinks Gait de Zilveren Kloot omhoog hield en riep: “Jongs, wie goat noar hoes!”. De Zilveren Kloot, door van Deinse bedoelt als symbool van sportieve eenheid, werd zo een twistappel. Alle deelnemende buurtschappen waren eigenlijk ongelukkig met deze impasse. Die uit Noord-Twente omdat aan de wens om het evenement jaarlijks te houden niet was voldaan, en de Zuid-Twentenaren omdat zij nog géén winnaar waren geweest.
Lijmpoging
Op 18 maart 1920 schrijft niemand minder dan J.J van Deinse dan ook een brief aan G.J. Hollink, bakker in Zuid Berghuizen, medeoprichter van K.V. Ons Genoegen en ruim vijftig jaar secretaris / penningmeester van deze vereniging. In de brief doet hij een poging om de vrede tussen de klootschieters weer te herstellen met als doel om de jaarlijkse wedstrijden in stand te houden. Het komt echter pas zeven jaar later zover, in 1927, dat een aantal oud-schutters beide rivaliserende partijen weer daadwerkelijk in het veld krijgt. De betreffende veteranen Koersveld en Loohuis uit Albergen, Haghuis uit Fleringen en Derksen uit Tubbergen geven met hun initiatief de geschiedenis van het klootschieten in Twente een positieve wending.
Mooie wedstrijden
In 1928 werd de wedstrijd vanwege slechte weersomstandigheden afgelast, waardoor Gait Mensink de Zilveren Kloot nog een jaar lang in Reutum mocht bewaren. Op 4 juni 1929 wordt voor het eerst in de zomer de derde wedstrijd gehouden en er wordt geschoten op de Haarlerheide. Dit alles onder toezicht van een aantal onpartijdige scheidsrechters. Men had zo te zien lering getrokken uit de eigen geschiedenis. De publieke belangstelling was enorm en droeg ertoe bij dat de Zilveren Kloot symbool zou worden van de herleving van de klootschietsport in Twente. De deelnemers van de Zuid-Twentse buurtschappen moesten echter opnieuw in die van Noord-Twente hun meerdere erkennen.
![]()
Afnemende interesse
Er ontstaat mede daardoor onvrede; de animo voor het klootschieten neemt af zowel bij de klootscheeters als bij het publiek. Men ontwikkelt meer en meer aandacht voor het voetballen, niet alleen in de Twentse dorpen en steden maar ook daar buiten neemt het aantal voetbalclubs toe. In 1930 laat een groot deel van Zuid-Twente zelfs verstek gaan bij de voorbesprekingen. Het slingeren was opnieuw onderwerp van gesprek; zo ook de eis van Zuid-Twente dat de kloot een omvang van 20 cm zou moeten hebben en een gewicht van 200 gram. Noord-Twente stelde echter, dat de kloot een omvang van 18 cm moest hebben. Men kwam niet tot elkaar, maar de wedstrijd werd wel gespeeld, zij het zonder de klootschieters van Zuid-Twente. De klootscheeters van Vasse kwamen bij deze gelegenheid in het bezit van de Zilveren Kloot, vooral door toedoen van Booyink, Veelers en Kroezewever. In de jaren 1932 tot 1937 winnen Fleringen, Tubbergen en Reutum. De Leeuwen van Reutum, ze brulden bij ieder schot, waren heer en meester en hun veuropscheeter H. Ikink mocht daardoor, de Zilveren Kloot een aantal jaren achtereen bewaren.
Wel of geen wisseltrofee?
Wanneer in januari 1933 in dagblad de Twentsche Courant, een bericht verschijnt van een onbekende, waarin wordt gesteld, dat degene die driemaal achtereen de Zilveren Kloot zou winnen, deze mag behouden, ontstaat er opnieuw onenigheid in klootschietersland. Reutum beschouwde zich vervolgens als de eigenaar van het zilveren kleinood en ondanks persoonlijke interventie door Van Deinse, blijft de Zilveren Kloot in de buurtschap Noordik in huize Ikink. Dan breekt de oorlog uit en zijn er andere zorgen...
Martin Meijerink
Nieuw boek!
We willen graag de cultuurhistorie over de geschiedenis van de Zilveren Kloot vast leggen in een boekwerk. Heeft u oude documenten en foto’s uit het verleden, alles is welkom. Bij de foto’s van klootschieters graag naam en datum vermelden. Stuur naar: zilverenkloot@dwfmediamakers.nl







