
Historie van de Zilveren Kloot (1)
AlgemeenZondag 3 september trekken de klootschieters van Zuid-Twente en Noord-Twente weer naar de Haarlerheidebaan bij Reutum om de legendarische strijd om de Zilveren Kloot weer aan te gaan. Een sportieve krachtmeting met een rijke en roemruchte geschiedenis; het ging er niet altijd even gezellig aan toe. In de aanloop naar de wedstrijd brengen wij deze driedelige serie over de historie van de Zilveren Kloot.
REUTUM - De initiatiefnemer voor de Zilveren Kloot was destijds Jacobus Joannes (J.J.) van Deinse. In het kader van de viering van het Vaderlands Historisch Volksfeest (1919) zouden de beste klootschieters uit Twente strijden om de Zilveren Kloot. Dit is een zilveren bal met een omvang van ongeveer 18 centimeter, waar een gedicht op gegraveerd is. van deze grote volkskenner. Van Deinse is 52 jaar oud wanneer hij deze Zilveren Kloot ter beschikking stelt. Een pracht van een kloot, klootschieters beschouwen dit kleinnood als een ware relikwie.
Het gedicht
‘n Eersten Pries
‘n Zulv’ren Kloat
Dee krig de boerschop
Dee ‘t best in Arnhem op
den wedstried schoot.
Dee 4 september doar hef wes
Hoalt Twentenoaren toch altied
‘t Klootscheeten in zet.
Loat vleegen oaver ‘t veeld zoo wied
De bolle hen en weer.
Arnhem, 4 september 1919.
De eerste wedstrijd
De viering van het Vaderlands Historisch Volksfeest zou op 4 september 1919 in Arnhem worden gehouden. Het zou een manifestatie worden, waarbij allerlei nationale gebruiken zouden worden vertoond. Ook Twentenaren werden bij deze manifestatie betrokken. Zij zouden meelopen in de allegorische optocht die zou worden gehouden. Kapelaan Budde in Arnhem, geboren in Ootmarsum, bracht de organiserende commissie op het idee om ook de Twentse klootschieters uit te nodigen. De uitnodigingen waren maanden van te voren verstuurd en na de kerkdiensten, en op de markten en in kroegen werd niet anders gesproken dan over dit voornemen. De rivaliteit tussen de klootschieters van Noord-Twente en Zuid-Twente was er toen en is er door de jaren heen nog steeds. Er was brede belangstelling, ook bij niet-klootschieters. Vele Twentenaren gingen op 3 september 1919 met een speciale stoomtrein naar Arnhem.
Mooie strijd
Ruim 545 enthousiaste klootscheeters, stokkenleggers en anwiezers en andere functionarissen die de 15 buurt schappen destijds vertegenwoordigden waren van de partij. De beste klootschieters uit Twente zouden strijden om de Zilverenkloot. Als scheidslijn tussen Noord en Zuid gold het kanaal Almelo-Nordhorn en de spoorlijn Almelo-Holten. En deze scheidslijnen gelden heden ten dage nog. Bij deze legendarische wedstrijd bestond Noord uit de buurtschappen Reutum, Agelo, Vasse, Fleringen, Mander, Tubbergen, Tilligte, Lattrop en Mariaparochie. Zuid bracht mannen in de strijd uit Rossum, Beuningen, Losser, Saasveld, Almelo en Hasselo. Hoe deze wedstrijd verliep staat prachtig en emotievol beschreven in het verslag dat D.J van der Ven schreef in het gedenkboek van het Nederlands Historisch Volksfeest Nederlands Volksleven. Gekleed in het werkdaagse tuug, de kips met glimmende klep scheef op het hoofd en lopend op overwegend klompen, trok men naar Arnhem naar het kamp op de Galgenberg. Deze eerste historische wedstrijd werd gewonnen door de klootschieters van Noord Twente. G.Mensink uit Reutum de veuropscheeter van Noord mocht uit handen van generaal Kist de Zilveren Kloot in ontvangst nemen
Moeizame tweede editie
Er werd afgesproken de wedstrijd tot een jaarlijks terugkerend gebeuren te maken. Op 13 maart 1920 werd deze tweede wedstrijd, nu op Twentse grond, uitgevochten. Dit voltrok zich op het Fleringerveld. Hier werd afgesproken dat de slingerslag niet was toegestaan. Toen tijdens deze wedstrijd tóch werd geslingerd, ontstond een flinke ruzie. Deze liep zo hoog op dat Mensinks Gait de Zilveren Kloot omhoog hield en riep: Jongs, wie goat noar hoes! De Zilveren Kloot, bedoeld als symbool van sportieve eenheid werd zo een twistappel. Toch was men niet tevreden met de ontstane situatie. Noord omdat aan de wens van het jaarlijks evenement niet zou doorgaan en Zuid omdat ze nog geen winnaar waren geweest. Op 18 maart 1920 schrijft J.J van Deinse dan ook een brief aan G.J. Hollink waarin hij een poging doet om de vrede tussen de klootschieters weer te doen herstellen en de jaarlijkse wedstrijd zoals was afgesproken in stand te houden. Het lukt pas in 1927 dat een aantal oud schutters beide partijen weer in het veld krijgen. Koersveld en Loohuis uit Albergen, Haghuis uit Fleringen en Derksen uit Tubbergen schrijven geschiedenis.










