Foto:

Een bijzondere kerstmis in 1930

Een bijzondere Kerst in Twente 1930. Het had twee dagen flink gesneeuwd, een dik pak sneeuw lag over de velden en de bomen. Het was stil, de mensen hadden zich in hun huizen rond de kachel teruggetrokken, het was de vierde advent ‘s avonds laat. 

TWENTE - De oude stoomtram met locomotief de Valk worstelde zich door de sneeuw van het Roderveld en was op weg naar halte Schellings bij de molen in Beuningen. “Als we de bocht halen dan hebben we het gered, veel stoomdruk hebben we niet meer”, zei stoker Panders tegen de machinst. Machinst Teulings tuurde door het raam naar buiten en mompelde wat terug. In de drie rijtuigen zaten mensen te kleumen van de kou, het was de laatste rit van die dag naar het dorp Denekamp, nog een week dan was het kerst. 

Hijgend en puffend kwam het trammetje tot stilstand. De reizigers stapten uit op het verlaten stationnetje van het dorp. De sneeuw onder hun voeten kraakte. De torenklok sloeg net tien uur, het was stil, ver weg hoorde men de oude roep van de midwinterhoorn over de velden, het jaar liep naar het einde. Weggedoken in het veld lag de oude verwaarloosde boerderij van Hendrik en Toon, vergeten door de tijd en vervallen van ouderdom. De oude eiken rondom de boerderij kraakten in de wind. Oude Hendrik zat bij de kachel te dommelen, zijn zoon Toon liep op de deel, zijn vee nog wat hooi te geven. Ze hadden maar zes koeien, een paard, enkele varkens en wat kippen.

Na de dood van moeder, tien jaar geleden was de belangstelling voor het boeren en de boerderij afgenomen. Ze waren toch maar met hun beiden. Vos, het paard stond bij het onderschoer te dromen. Het huis en de stallen lagen er verwaarloosd bij, het kon ook niet anders: een oude vader en een ongetrouwde zoon van dertig. Het dak was lek en de kat kon zonder zich te bukken onder de verrotte niendeur door. Tegen de sneeuw had Toon hier en daar wat stro tegen de deuren gestapeld. Na het werk was Toon nog even bij zijn vader in de keuken gaan zitten. Het sneeuwde nog steeds, het moet een keer ophouden anders komen we morgen het veld niet meer door.

Wat was dat voor geblaf? De hond op de deel ging geweldig te keer, wat zou er zijn? Zeker een vos die op de kippen loert. “Ga toch even kijken Toon, dit is niet normaal, Hector is anders altijd zo rustig”. Toon was met de hond naar buiten gegaan om even te zien wat er aan de hand was. Hector ging er als een pijl vandoor en bleef een eind van de tramlijn die langs het huis liep staan blaffen. “Help mij even” zei Toon tegen zijn vader, “ik heb in de sneeuw een vrouw gevonden, half in de sloot, wie het is weet ik niet. Zet haar bij de kachel, ze is bijna bevroren, en geef haar iets warms te drinken, dan horen we wel wie het is en waar ze vandaan komt.” Wie komt er nu met zulk honden weer hier achter in het veld, vlak bij de tram huuske. “Ze heeft koorts en ze zegt bijna niets” zei Hendrik. “Ze zegt alleen tram en klooster, het zal wel een non zijn hier uit het klooster bij Denekamp, wat moeten we doen? Moeten we de dokter halen, met dit weer. We wachten tot morgen, we leggen haar op de divan. En als het niet goed gaat halen we morgen de dokter uit het dorp.”

De volgende morgen ging Toon door de sneeuw met paard en wagen om de dokter te halen. “Als ik voor niks kom bromt er wat”, zei de dokter. Met dit weer en nog wel helemaal achter in het veld is haast niet te doen. Hij onderzocht de patiënte en zei, “ze heeft een dubbele longonsteking en ze mag niet vervoerd worden en ze moet twee keer per dag haar medicijnen in nemen. En hou haar goed in de gaten, na de negende dag komt de ommekeer dan redt ze het wel, dan is het gevaar voorbij.”

Mei 1935. De boerderij ken je niet meer terug, nieuwe deuren, een nieuw dak en bloemen voor de ramen, alles netjes in de verf, tien koeien en jonge kalveren in de stal. Een prachtige moestuin met aardappelen, groenten, kruiden en bloemen. Dat was het werk van Gerda; de jonge non uit Klooster Frenswegen, die in Oldenzaal de verkeerde stoomtram had genomen. En die nadat ze in het Roderveld niet wetend waar ze zich bevond, in de sneeuw was uitgestapt, verdwaald. Gerda was gebleven na haar kortstondig ziek zijn en ze had Toon lief gekregen, samen dachten ze nog vaak aan de kerst van 1930.

door Wim Schuurman

Meer berichten